|

| |
|
Pleegde Hergé plagiaat? |
|
In Tintin chez Jules Verne wordt Hergés werk omstandig vergeleken met dat
van Jules verne. Wij schonken er al aandacht aan in magazine 67 (april 1999) en besloten dat bepaalde gelijkenissen te
sterk zijn voor toeval. Het gebruik van de drie briefjes uit Het geheim van de
Eenhoorn bijvoorbeeld, die, wanneer ze over elkaar gelegd worden, naar de verborgen
schat leiden, komt regelrecht uit De kinderen van Kapitein Grant van Jules Verne.
Maar betekent dit dat Hergé zélf doelbewust plagiaat gepleegd heeft? De Nederlandse pers
stort zich gretig op dit soort items en knikt van "ja" zoals een overladen
missiespaarpot. Ook de stripinformatiebladen doen hieraan mee. Jammer, van gedegen bladen
als Zozolala en Stripschrift hadden we toch wat meer nuance verwacht.
|
Wij deden ook de moeite voor hetzelfde magazine Michel Deligne over deze zaak te
interviewen, co-auteur en drijvende kracht achter de controverse Hergé-Verne, die
letterlijk zegt : "Hergé is niet zélf in al die boeken van Jules Verne gaan
snuffelen, hé! Daar zit Jacques Van Melkebeke achter. Die werkte in opdracht van Hergé
en deed research voor de verhalen, dat is tenminste mijn mening". Het is dus niet
uitgesloten dat l ami Jacques "grondige" research deed en aan
Hergé op bestelling schetsen plus een synopsis leverde voor Kuifjesverhalen die min of
meer "geïnspireerd" waren op Verne, zonder dat Hergé dit doorhad.
Daarom vonden we het geschikt ook eens een andere mening te laten horen, bijvoorbeeld
die van Benoît Peeters, Kuifjekenner. Dat leverde volgend artikel op in magazine 67.
|
|
|
|
Scheve technologie
Of Hergé werkelijk eigenhandig de romans van
Verne uit-geplozen heeft op zoek naar inspiratie voor Kuifje - en dan nog voor alle albums
- dat blijft onzeker. Hijzelf heeft de gelijkenis bij leven altijd ontkend, maar wie
alleszins toegeven rechtsreeks geïnspireerd te zijn door Verne, zijn Schuiten en Peeters.
Het oeuvre van het befaamde auteursduo speelt zich af in een onbepaalde wereld, waarin
ze parallellen met de onze verwerken. Het is duidelijk dat onze eigen Negentiende Eeuw
model stond. In Het scheve kind duiken heel wat elementen uit de wereld van Jules
Verne op, ja, Verne is zelfs één van de personages. Hij zou in de Stedenwereld geweest
zijn, de "Encyclopedie van vervoermiddelen" gelezen hebben en daarvan gebruik
gemaakt hebben bij het schrijven van zijn romans. Benoît Peeters ziet het als volgt :
"Het is een knipoog. Het werk van Verne was voor ons een ware voedingsbodem. Met wat
ironie hebben we de logica van heden en verleden omgedraaid, alsof Verne zich op ons zou
geïnspireerd hebben ".
|
|
Raket naar de maan
Alleen al de voorstelling van de raket en de lancering in Het scheve kind komen
letterlijk uit de roman van Jules Verne De la terre à la Lune, waarin de raket als een
grote kogel afgevuurd wordt richting maan, heel anders dan bijvoorbeeld de
rood-wit-geblokte sigaar van Hergé. Wanneer de raket van Schuiten en Peeters
"geland" is, komt ze in feite in een onderaards meer terecht. Deze scène doet
denken aan die met Nemo's duikboot in Het geheimzinnige eiland. Vergelijk de
tekening van Schuiten met de oorspronkelijke illustratie bij de roman van Verne.
|
|
|
|
Gustave Doré en de anderen
Een dieper verband tussen Schuiten&Peeters en Verne wordt dus zichtbaar wanneer je
de pagina's van auteur François Schuiten grafisch gaat bekijken. De bijzondere lineaire
tekenstijl van Schuiten blijkt plots sterk aan te sluiten bij die van de illustratoren die
vorige eeuw de romans van Verne verluchtten, of die van Gustave Doré. Neem nu de
paginagrote tekeningen in Het scheve kind, die niet direct aansluiten bij de grafiek van
de andere delen uit de Stedenreeks. Het lijken wel illustraties in de negentiende-eeuwse
tradi-tie. Zelf verklaart Schuiten het anders : "Ik vond het interessant een
hoofdstuk te beginnen met het effect van een volle pagina, om de situatie dadelijk te
schetsen. Het gebruik van die totaalbeelden heeft ook nog een andere functie: in het begin
zijn het er veel, daar wordt het universum beschreven en zijn we nog ver van Mary, het
personage. Naarmate het boek vor-dert, ga ik meer in close-up inzoomen op Mary". Een
duidelijker antwoord vinden we in De gids der Duistere Steden uit 1998:
"Wij (Schuiten en Peeters -red.), hebben de Duistere Steden bedacht noch als
eersten aan het papier toevertrouwd". Uit de gids (de Franstalige versie is dubbel zo
dik) blijkt dan dat onder andere zowel Verne als Gustave Doré al langer vertrouwd waren
met de Steden.
|
|
De geheimzinnige ster
"Hergé was geen mens van de Twintigste Eeuw", vertelde Johan De Moor ons al
vorig jaar. "De thema's en de heroïek van zijn strips, de scheve technologie, dat is
puur negentiende-eeuws" (zie magazine "Den Bosch" -red). Is er thematisch
dan toch wat te zeggen over het verband tussen Hergé en Verne? Schuiten en Peeters
(auteur van standaardliteratuur over Hergé) bieden ons misschien de missing link : zij
verwerken de invloeden van Verne en Hergé, ook grafisch, in één album. Nu is het bekend
dat Hergé's L' Etoile mystérieuse voor Schuiten en Peeters tot de absolute top behoort.
Zo heeft François Schuiten in Vaarwel Hergé... (Wordt vervolgd, Casterman 1983) twee
platen gewijd aan de scène in de sterrenwacht. In Het scheve kind vinden we opnieuw een
hommage aan deze klassieker : de sterrenwacht op Mont Michelson, waar eveneens een
geheimzinnige ster waargenomen wordt (in feite een occulte planeet), is een spiegelbeeld
van die in De geheimzinige ster. Kijk het maar na : het hele interieur, de telescoop, tot
en met het trapje toe, alles komt regelrecht uit plaat 3 van het Kuifjesalbum.
|
|
|
|
De paginagrote platen in dit album doen ook terugdenken aan de schitterende
"hors-textes" die de oude Tintin-albums dat bijzonder cachet geven. Schuiten en
Peeters wisten ongetwijfeld ook dat in Vernes roman Hector Servadac een geleerde in een
sterrenwacht voorspelt dat een ster (een komeet) de aarde bedreigt. Citeren de auteurs in
Het scheve kind Verne en Hergé omdat ze fans van beiden zijn, of vanwege bepaalde
gelijkenissen? "Het klopt inderdaad dat we naar De geheimzinnige ster
verwijzen", geeft Benoît Peeters toe, "dat is goed gezien. Maar het was niet
onze bedoeling een link te leggen tussen het werk van Verne en dat van Hergé. Onze
verhalen bevatten referenties naar een bepaalde periode, de ene al duidelijker dan de
andere. Het gaat niet alleen om Jules Verne. In Het scheve kind zit ook Michel Ardan, een
romanheld van Jules Verne en ook, minder bekend maar historisch, Robertson, een
spektakelregisseur die we bewonderen. In De Toren voeren we Orson Welles ten tonele, er
zijn verwijzingen geweest naar E.P. Jacobs, naar het Justitiepaleis in Brussel, naar
Metropolis van Fritz Lang, enzovoort. Ook het onlangs verschenen album, L'ombre d'un
homme, bevat referenties, naar Kafka bijvoorbeeld : het hoofdpersonage is namelijk een
verzekeringsmakelaar. Onze verhalen zitten vol referenties en nodigen de lezer uit tot een
prettige speurtocht naar onze invloeden. In De gids der Duistere Steden vindt je min of
meer een overzicht van die verwijzingen".
|
|
Jacques Van Melkebeke
Maar wat dan met de gelijkenissen, wat met Tintin chez Jules Verne? Heeft Hergé Verne
geplagieerd, zoals de auteurs het voorstellen? "Er zijn een aantal evidente invloeden
gevonden en men is dan op zoek gegaan naar meer", oppert Peeters. "Vermits alle
avonturenverhalen gemeenschappelijke elementen bevatten, is het gemakkelijk om nog meer
punten van onvereenkomst te vinden, maar die komen dan eerder uit universele gegevens die
door iederéén gebruikt worden. Janssen en Janssens bijvoorbeeld : identieke tweelingen
komen wel meer voor. Hergé vertelde trouwens dat hij zich hiervoor op zijn vader en oom
heeft gebaseerd, ook een identieke tweeling. Ik ben ervan overtuigd dat dit de echte
inspiratiebron was en dat het werk van Jules Verne hiermee niets te maken heeft". Die
"evidente invloeden" dan, zoals in Eenhoorn&Rackham, zou hier inderdaad de
hand van Jacques Van Melkebeke achterzitten? Benoît Peeters vindt van wel :
"ongetwijfeld, Van Melkebeke was een literatuurliefhebber en kende het werk van Jules
Verne zeer goed".
Tot slot nog een typische anecdote. In 1996 werd voor cover en illustraties van de
boekuitgave Paris au XXème siècle, een teruggevonden manuscript van Jules Verne, beroep
gedaan op... François Schuiten. Voor Schuiten en Peeters is dit waarschijnlijk het
ultieme bewijs dat de wereld van de Duistere Steden bestaat en dat zij er ook geweest
zijn, net als hun illustere voorbeelden uit de beeldende kunst, de architectuur en de
literatuur.
|
|